Neanderthaler

Rookbehoefte ligt aan Neanderthaler genen

Serieus onderzoek, met serieuze bevindingen. Ook al klinken ze wel ietwat onwaarschijnlijk… Maar het lijkt een feit te zijn dat de Europese, witte mens zijn behoefte om een een sigaretje op te steken te danken heeft aan Neanderthaler-genen.

Hetzelfde geldt voor mensen die ’s avonds laat tot leven komen, tot laat opblijven, daarom weinig slapen en ’s ochtends bezweren om de avond daarop vroeg naar bed te gaan, om diezelfde dag nog hetzelfde patroon te herhalen. Het liefst weken lang. Oftewel: de zogenaamde ‘nachtmens’. Ook deze stoornis lijken wij te danken te hebben aan de inmiddels uitgestorven ‘neef’ van de Homo sapiens.
Tony Capra van de Vanderbilt University in Nashville en zijn collega Janet Kelso van het Max Planck Institute for Evolutionary Anthropology te Leipzig hebben enorme hoeveelheden DNA-data van de Neanderthalers en moderne, met Neanderthaler-DNA-begiftigde mensen bij elkaar gegooid, gefilterd, bekeken, en vergeleken. Hierna lukte het ze om bepaalde eigenschappen te vinden die wij te danken lijken te hebben aan de Neanderthaler. Zo’n 50.000 jaar geleden gingen enkele exemplaren van de Homo sapiens seksuele relaties aan met zijn verre verwant. Daar plukt een groot deel van de wereld nog steeds de vruchten van.
Of, zoals de onderzoekers het stellen: ‘jezelf een nachtuil noemen en vatbaar zijn voor middagdutjes zijn allebei eigenschappen die beïnvloed zijn door Neanderthaler-DNA. Hetzelfde geldt voor eenzaamheid, het hebben van een zwaar gemoed en roken’.
Tevens lijkt het erop dat dingen als huidskleur, huidgevoeligheid voor een felle zon en bepaalde slaappatronen een gevolg zijn van de vreemde fetisj van onze voorouders. De Neanderthaler was goed aangepast aan een noordelijk, koud klimaat. Iets dat vroeg om andere eigenschappen dan de mensen die lekker in het zonnetje konden blijven liggen, terwijl ze lagen te wachten tot er een kokosnoot naar beneden viel. Sommige van die eigenschappen lijken te zijn overgegaan in sommige moderne mensen.